logo print

Visie op afzondering

Afzonderen is een acute beschermingsmaatregel tegenover de patiënt en mogelijks zijn omgeving, steeds kaderend in het totaalpakket van zijn behandeling. Afzonderen kan slechts indien er geen alternatieven, ter bescherming, voorhanden zijn, of mogelijke alternatieven reeds faalden. Alternatieven kunnen zijn:

  • Patiënt op een kamer alleen leggen.
  • Duidelijke afspraken proberen maken, regels inbouwen.
  • Indien mogelijk constante individuele begeleiding voorzien.
  • Meer bewegingsvrijheid geven.
  • Medicamenteuze therapie aanpassen.

Indien er toch tot afzondering dient te worden overgegaan, wordt aan de patiënt steeds duidelijk gemeld dat er wordt afgezonderd en waarom. Er worden met de patiënt nooit afspraken gemaakt of aan de patiënt beloftes gedaan, die men mogelijks niet kan nakomen.

Indicaties tot afzonderen zijn:

  • Acute suïcidale of homicidale intenties, waarbij een duidelijke planning aanwezig is.
  • Acute toestanden met bewustzijnsbeïnvloedingen die een bedreiging betekenen voor de patiënt of zijn omgeving (vb. psychosen, intoxicaties enz.)
  • Acting-out gedrag met duidelijk gevaar voor de patiënt of zijn omgeving (vb. zware vormen van automutilatie, uitbarsting van agressie enz.)
  • Zware mentale stoornissen met totaal onaangepast leefgedrag.
  • Patiënten waarvan een aanvraag tot gedwongen opname lopende is en bij wie wegloopgevaar bestaat.
  • Situaties waarbij fixatie als vrijheidsbeperkende maatregel een absolute noodzaak zou zijn (vb. autodestructief gedrag).
  • Op verzoek van de patiënt zelf wanneer deze te kennen geeft zich niet langer op de afdeling te kunnen handhaven en dit ook geobjectiveerd wordt.
  • Andere situaties waarbij weloverwogen tot afzonderen besloten wordt.